Wijngidsen

prijswinnende_biologische_wijnen_kleinWat doe je op een druilerige zondagmorgen? Juist. Wijngidsen lezen. Wijnjournalisten slurpen zich jaarlijks suf aan wijnen van allerhande pluimage. Het zal je beroep maar zijn. Ik stel me voor dat je in huis je nekt breekt over de ingezonden wijnen die je allemaal, stuk voor stuk, moet proeven. Wat een hondenleven.

Tot mijn vreugde kwam ik verrassend veel biologische wijnen tegen in de gidsjes van meneer Hamersma en meneer Klei. En dus ook veel van onze eigen wijnen: maar liefst 22 van onze wijnen kregen een pluim! Volgens meneer Hamersma een plekje de heuse biobijlage waardig en volgens meneer Klei het omfietsen meer dan waard.

Met gepaste trots presenteer ik dan ook onze Omfietswijnen c.q. wijnen die de Biobijlage van de Grote Hamersma 2013 hebben gehaald:

Rood

Wit

Rose

Champagne / Mousserend

Dessert

De Tostifabriek

Ja, ik ben een tostimonster. Een boterham met gesmolten kaas: fantastisch. En nu komt er een heuse Tostifabriek in hartje Amsterdam! Wow! Ze gaan daar van begin tot eind zelf tosti’s produceren. Dus zelf graan telen, oogsten en brood van maken, zelf varkens fokken en ham van maken en zelf koeien houden en kaas van maken. Eind september wordt de eerste tosti geoogst. Die ogenschijnlijk simpele tosti blijkt een prachtige kapstok voor een te gek verhaal over eten. Ik steun de initiatiefnemers dus van harte. Kan jij ook doen. Ga naar Voor de Kunst en doneer. Dan zien we elkaar in september op het tostifeest!

Eiswein

eiswein-ijswijnEiswein – of gewoon ijswijn of icewine – wordt gemaakt van bevroren druiven. Met de pegels aan mijn neus liep ik vanmorgen over De Klencke. Niet zo raar dus dat ik juist aan deze wijn moest denken en moest concluderen dat ik nog geen mooie ijswijn in het assortiment heb. Gemiste kans, want het is een goddelijk goedje. Ze zijn er wel, mooie bio ijswijnen. Onze oosterburen mogen ze graag maken van ‘hun’ Riesling. En laat ik nu net wat lijntjes hebben uitgegooid bij een aantal Duitse wijnmakers. Wordt zeker vervolgd!

Eiswein?
Even een kort lesje ijswijn. Deze dessertwijn wordt gemaakt van bevroren druiven. De wijnboer laat zijn druiven extreem lang hangen totdat ze overrijp zijn en wacht dan – warmpjes naast de kachel stel ik mij zo voor – tot de eerste strenge nachtvorst invalt. Als zijn druiven dan nog niet verloren zijn gegaan aan wilde zwijnen of hongerige vogels, spoed hij de wijngaard in en begint te plukken. Het mag niet warmer zijn dan -7°C.

En dan komt de trick: terwijl zijn druiven nog bevroren zijn perst hij ze uit. Het vocht in de druif is bevroren, waardoor hij een zeer geconcentreerd goedje met extreem hoog restsuikergehalte weet te verkrijgen. Dat goedje vormt de basis voor zijn godendrank. Wanneer het de wijnboer lukt dat sap te verkrijgen, dan moet hij plots alle kou zijn vergeten en wordt hij overspoeld door een warm, gelukzalig gevoel. Want, ijswijn maken is niet zonder risico. De druiven kunnen voor de oogst al vergaan door ongedierte of schimmel en de weergoden moeten de wijnmaker ook aan vorst willen helpen. Maar als alles meezit dan heb je ook wat: Eiswein!

Bierbrouwproject

“Gezocht: mensen die willen meedenken over een brouwerij in Zweeloo.” Kijk, dat soort oproepjes trekt mijn aandacht. Iets van deze strekking stond onlangs in het lokale sufferdje. In Zweeloo – een dorp even verderop – zou ooit een brouwerij hebben gestaan. En zou het niet mooi zijn om die brouwerij weer tot leven te wekken? Kijk, NOU heb je mijn aandacht. Tuurlijk is dat mooi!

En dus heeft “De Bende van Sweel” afgelopen woensdag voor het eerst vergadert. Onder het genot van een biertje zijn de illustere plannen besproken. Er is nog een lange, mooie weg te gaan, maar wie weet komen we er wel.  Wij zijn in elk geval voortvarend van start gegaan en hebben ons opgesplitst in werkgroepjes die verschillende scenario’s uitwerken. Na de kerst praten we verder.

Bier uit Sweel….. Zou toch mooi zijn.

De smaak van de Azoren

Lago das Furnas

Ja, ik heb iets met eilanden. Je zit opgesloten, maar tegelijkertijd geniet je van dat ultieme gevoel van vrijheid. Begin deze maand zijn Martine ik naar het meest ‘eilandige’ eiland tot nog toe geweest. Naar São Miguel, midden in de Atlantische oceaan, het grootste eiland van de Azoren archipel.

Een fantastische plek voor natuurliefhebbers, want mensen, wat is het daar groen! Prachtig. Alle schakeringen groen zijn de revue gepasseerd. Het is er soms parkachtig, met honderdduizenden Hortensia’s en aangelegde perken en tuinen, soms ronduit jungle-achtig met palmen, varens, watervallen en bananenplantages. Ook op culinair gebied bleek er genoeg te beleven, dus hier een foodhunting verslag van het “Ilha Verde”, het groene eiland, zoals de bewoners hun paradijs liefkozend noemen.

Yes, eilandwijn!
Portugezen zijn trots op hun druiven. Waar de rest van de wijnwereld zich massaal uitlevert aan kosmopolitische druivenrassen als Chardonnay en Cabernet Sauvignon, houden de Porgezen vast aan rassen met klinkende namen als Touriga-Nacional, Malvasia Fina, Bical en Jean e Água-Santa. Inheemse druiven worden gekoesterd en ik koester met de Portugezen mee, want deze druiven geven hun wijnen een uniek karakter en smaakpallet. Dus damn, wat was ik blij toen ik ontdekte dat ze op de Azoren ook wijn maken!

Cozidos: stoofpot uit de vulkaan.

Niet zo gek, want de eilanden liggen precies op de juiste breedtegraad en hebben allemaal een vulkanische bodem waarop druiven goed gedijen. Het eiland Pico is hét wijneiland van de Azoren, maar op São Miguel bleek ook een, weliswaar kleine, wijngaard te zijn gevestigd. Zo klein, dat ik hem niet heb kunnen vinden.

De lokale wijnwinkel had wel wat flessen van Casa Agricola Alexandre Relvas liggen. Herdade São Miguel prijkt er op het etiket. In totaal komen er van dit domein slechts 13.900 flessen en ik heb fles nummer 5.133. In de winkel twijfelde ik al of hij wel echt van het eiland kwam. Bummer…. Nee dus. Het is een wijn van het Portugese vaste land, Alentejo. Ik bewaar mijn fles desondanks voor een mooi moment. Ik hoop dat hij de vliegreis goed heeft doorstaan. Ik laat jullie mijn bevindingen zeker weten!

Op de kaart bij alle restaurants enkel Portugese wijnen en natuurlijk veel wijnen van Pico. Mijn eerste vangst was een Terras de Lava Branco. Een perfecte seafood wijn met heerlijke fruitige neus, beetje ananas (heel toepasselijk, want daar staat Sao Miguel vol mee, daarover straks meer) en licht mineraal en ziltig van smaak. Geen hoogvlieger, juist lekker ongecompliceerd. Op vakantie smaakt alles beter. Maar zonder gekheid: ik heb hem verschillende keren gedronken en hij ging perfect samen met alles uit de zee, zoals zwaardvis, wreckfish, tonijn, garnalen. Niet bio, wel gemaakt van inheemse druiven als Fernão Pires, Arinto, Generosa, Seara Nova en Rio Grande, dus meer dan het proberen waard mocht je hem ergens kunnen vinden in Nederland of België.

Theeplantage bij Porto Formoso. Met Hortensia’s.

Meer bijzonder en uitgesproken vond ik de Frei Gigante Branco. Ook wit dus, en ook van Pico. Ik heb een flesje meegesmokkeld in mijn bagage. Deze wijn heeft een bijzonder karakteristieke neus, heerlijke zuren en gaat wederom perfect samen met seafood. Ik heb hem in restaurant Alabote in Ribeira Grande gedronken bij de beste codfish ever. Feestje in je mond!

Codfish, oftewel bakkeljouw, moet je hebben gegeten op de Azoren. Staat overal op de kaart en deze gezouten en gedroogde vis wordt veelal verwerkt in gerechten, zodat de sterke, karakteristieke smaak niet overheerst. Bij Alabote, mooi gelegen aan de baai van Ribeira Grande, kreeg ik hem geserveerd met groenten en gepofte aardappels. Het fabeltje dat op de Azoren geen groenten zijn kun je trouwens ook gelijk vergeten: ik heb zelfs spruitjes op! In de supermarkten ook volop verse broccoli en bloemkool, wortels en (zoete) aardappels.

Bio ananas
Vroeger verbouwde men op São Miguel veel citrusvruchten, maar op het vaste land konden ze dat goedkoper, waardoor men genoodzaakt was om iets nieuws te gaan doen. Het werd de ananas.

De echte ananas?

En dus vind je nu rondom het stadje Villa Franca do Campo en Baixa Grande veel ananasplantages. Allemaal onder glas, want het klimaat op de Azoren is niet warm genoeg om ananassen in de open lucht te telen. Per toeval zijn Martine en ik beland bij de enige biologische ananasplantage van het eiland. Daar kregen we een uiterst vriendelijk ontvangst en rondleiding van Marta.

Wist je dat het twee jaar duurt voordat je een ananas kunt oogsten? Slowfruit man! In de gangbare teelt gebruiken ze ook hybride rassen die sneller en gemakkelijker groeien, ook in de open lucht, dus zonder glas. Volgens onze expert liggen die nep-ananassen in onze supers. Ik moet zeggen, ze zien er bij Appie Heijn inderdaad anders uit. Die grote, groene kroon van de AH ananas ontbrak op de “echte” ananassen die wij aantroffen in de kassen van Marta. Proef op de som genomen natuurlijk en zo’n heerlijk geurende ananas meegenomen in de handbagage. Kan niet anders zeggen, de lekkerste ever! Iets steviger van structuur en wat minder zoet dat die supermarktrakkers. Ik weet niet of het verhaal waar is, maar ben nu wel erg benieuwd of we hier inderdaad nepananassen eten. Wie weet er meer?

Eiland van walvissen, vulkanen, melk en honing!
Hoewel ik eigenlijk voor de walvissen kwam – rond dit eiland leven zo’n 80 soorten walvissen en dolfijnen – was ik met stomheid geslagen over de grote hoeveelheid lekkers op São Miguel. Het reisboekje dat wij hadden bestudeert waarschuwde voor de belabberde keuken, maar dat boekje is duidelijk aan een herdruk toe, want hoewel wij nergens echt culi hebben gegeten, was het eten bijna altijd goed. En wat wil je, met een zee vol lekkers voor de deur?

Bijen bij Quinta das 3 Cruzes

Maar het eiland heeft ook een bierbrouwerij (check: lekker!), een likeurfabriek (helaas gemist, wel melklikeur – ja echt – meegesmokkeld), bananen- en ananasplantages en bij de eerder genoemde ananasplantage stuitte ik op een bijenstal. Verder ook veel eigen kazen en biefstuk, want op het eiland lopen meer koeien dan mensen. Blijft een apart gezicht, zo’n Hollandse zwart-wit koe naast een bananenplantage of bovenop een steile helling….. De kazen smaken heel Hollands, echte koemelkkaas.

Vleesliefhebbers moeten zeker een keertje Cozido eten: stoofpot uit de vulkanische bodem van Furnas. Ze graven hun potten ‘s ochtends in en ‘s avonds is de boel klaar voor diner! In Furnas zelf gooit de lokale winkel van Sinkel maiskolven in de vulkanische kookpot om ze op straat verkopen. Je zou verwachten dat het ziltig smaakt, maar niets is minder waar. Beetje jammer, maar het smaakte gewoon naar maiskolf. Overigens heeft Furnas ook legio waterbronnen. In het hele dorp vind je overal kraantjes met water in allerlei smaken. Allemaal geprobeerd natuurlijk en zijn allemaal heel mineraal, ijzerig van smaak. Volgens een local – oude man zonder gebit – helpt het perfect tegen maagpijn en is het water goed voor de gezondheid. Geloof hem meteen. Hij leek mij minstens 102.

Bronwater. Heel gezond volgens mijn Portugese vriend.

Bij theeplantage Chá Porto Formoso hebben we een rondleiding gekregen met prima kop – gratis – thee toe. Uiteraard liepen ook wij, net als alle andere toeristen, via het winkeltje met een tas vol thee naar buiten. Slimmeriken. De theeplantages op São Miguel zijn trouwens de enige Europese plantages. We hebben ons laten vertellen dat de spotjes van Pickwick daar zijn opgenomen.

Yeeh! Martine aan de chocotaart.

Tot slot nog het noemen waard: A Colmeia. Een zogenaamde confeitaria, zeg maar een konditorei. Portugezen zijn zoetekauwen en dus vind je overal gebak. Martine blij! Zeker even langsgaan bij dit tentje in Ponta Delgada, want heerlijke taart, chocolade en bonbons en allemaal gemaakt van lokale ingrediënten! En goede koffie. Da’s een unicum, want als ze iets niet kunnen op dit verder prachtige eiland, dan is het wel goede koffie zetten….

Oh ja, en natuurlijk ook een walvis gezien! Meet Mr. Liable, een potvis van 18 meter, die in de wateren rond het eiland woont. Geef hem eens ongelijk…..

Mr. Liable

Zonder bijen geen lekkernijen!

Vorig jaar kwam ik in contact met de mensen van de Bijenstichting. Zij hebben 2012 uitgeroepen tot Jaar van de Bij, want het gaat helaas niet goed met de bijenstand. Bijenvolken sterven massaal, deels door het gebruik van landbouwgif, maar ook door een verschraling van het aanbod aan bloemen. De honingbij en de wilde bij hebben het dus moeilijk en bij iedere foodie moeten de alarmbellen nu gaan rinkelen! Want, het zijn immers de bijtjes die zorgen voor de bestuiving van een groot deel van onze lekkers! Zonder bijen geen lekkernijen! Bijen en voedsel: ze hangen heel, heel nauw samen. En dus moeten we in actie komen beste foodies! Red de bij!

Gisteren ben ik naar een oriëntatiecursus bijenhouden geweest. Mijn tuin is groot zat, dus daar kan wel een kastje of wat staan. Maar goed, hoe te beginnen? Per toeval stuitte ik op een cursus van de Bijenvereniging Oosterhesselen e.o. Da’s een dorp verderop. En dus stond ik gisteren plots met een honingraat vol wriemelende bijen in mijn handen op de bijenstal van Ab Strijk. Op zoek naar de koningin, want mevrouw wilde uitzwermen en dat wilden wij voorkomen. Het is gelukt. We hebben haar volk vakkundig gehalveerd en haar een nieuw paleis gegeven. Van één volk hebben we er twee gemaakt. En als het zo doorgaat, dan komt het wel goed met de bijen. Want hoe meer bijenvolken, hoe beter!

Volgende week is er een theorie avond. Op de korenmolen van Noord-Sleen. Super! Alles valt op zijn plaats…

Neder-wiede-wiede-wijn!

De plannen om Nederlandse wijn aan ons assortiment toe te voegen waren er al een tijdje. Het heeft even geduurd voordat het echt zover was, maar nu zijn ze er! Tien stuks maar liefst, van de twee mooiste biologische wijnhuizen van Nederland: De Reestlandhoeve uit Balkbrug (Overijssel) en Wageningse Berg uit Wageningen (Gelderland).

Reestlander wijnen
Ik schreef al eerder over deze wijnen en heb al een tijdje contact met de makers, maar van verkoop was het nog niet gekomen. Van inname des te meer, want wat een mooie wijnen! Niet voor niets dat ze ook bij Jonnie en Thérèse op de kaart mogen staan….. De Reestlander wit, van Johanniter en Solaris, is een perfect gemaakte, puntzuivere en elegante witte wijn. De Reestlander Rose is van dezelfde subtiele klasse. De Reestlander Muscat Bleu is zelfs een mousserende wijn van Nederlandse bodem!  Lichtzoet van smaak met aangename geur van rozen en smaak van rozenbottels. De Reestlander Groen is een neder-vinho-verde: een wijn voor wie niet terugdeinst voor een experiment. De rode Reestlander tot slot staat bol van de het fris, zwart-rode bosfruit. Beetje houtrijping, niet teveel, precies zo uitgekiend dat hij de juiste structuur en body heeft verkregen. Komt dat proeven!

Wageningse Berg
Jan Oude Voshaar is de biowijnpionier van Nederland. Geen man wfeet meer van wijnmaken in ons koude kikkerlandje dan Jan. Een uurtje met hem aan de telefoon – ik sprak hem onlangs voor Lekker naar de Boer, een evenement dat ik organiseer in opdracht van Bionext – en je krijgt zoveel feiten en wijnweetjes uitgelegd dat je hoofd er van tolt. Jan en zijn vrouw Els experimenteren sinds 1991 met nieuwe, meeldauw resistente druivenrassen die goed afrijpen in ons koele klimaat. Ze brachten Zwitserse en Hongaarse druiven naar Nederland, zoals de Birstaler Muskat, Palatina, Merzling en Bianca en maken daar uitstekende wijnen van. De experimenten gaan nog steeds door. Zo testen ze nu Cabernet Cortis en Pinotin en de ‘druif zonder naam’ VB 91-26-5.

Het grootste deel van Wijngaard Wageningse Berg is aangeplant met de rode Regent. Daar maken ze in een rode, houtgerijpte barrique van, in traditionele Bordeaux stijl. Schijnt goed te smaken bij lamsbout. Dat komt goed uit, want ik ben sinds kort supporter van Grebbeveld, een nieuwe kudde met Veluws Heideschapen uit Wageningen. In ruil voor mijn support mag ik volgend jaar 120 euro aan lamsvlees en schapenproducten besteden. Ik voel een heus Wagenings menu aankomen!

Naast de rode barrique, ook een fruitige Regent, een Regent rose en twee witte wijnen: de geparfumeerde Muskat (lekker bij Aziatische gerechten) en de frisse, ietwat grassige Johanniter / Merzling (mijn favoriet!). Die laatste gaat ook goed samen met asperges. Kan nog net, ze zijn er nog, die heerlijke witte stengels!

Kijk hier voor al onze Nederlandse wijn. Mijn zoektocht naar meer nederwijnen gaat voort. Tips en suggesties zijn meer dan welkom.

Heerlijk Ameland

Een lang weekend op Ameland kan mij niet lang genoeg duren. Wat een heerlijk oord! Afgelopen weekend hebben we bij hotel annex galerie Dit Eiland gelogeerd. Echt een prima plek om helemaal tot rust te komen. Het hotel heeft slechts drie kamers en je krijgt de galerie met enthousiaste galeriehouder er gratis bij. Bij ons hing ‘ie bomvol met Klaas Gubbels. Een manshoge koffiekan bij de voordeur maakt duidelijk dat de eigenaar groot fan is. Terecht. Met slechts een paar thema’s – stoel, koffiekan, tafel en peer – weet Gubbels prachtige werken te maken. “Wie niets te zeggen heeft, bedenkt steeds iets nieuws. Wie iets te zeggen heeft, blijft dat zijn hele leven herhalen.”

Afijn, tot zover de kunst. Het hotel ligt aan de westkant van het eiland, aan de voet van de kerk van Hollum. Achter het hotel niks anders dan wei, wad, duin en zee. Prima uitvalsbasis om eens op ontdekkingstocht te gaan naar het lekkers op Ameland. Dus, first things first: eerst even Nobeltje inslaan bij Slijterij Nobel. Dit aangenaam zoete likeurtje smaakt ook op vaste wal uitstekend, dus niet vergeten. Een slok en je waant je weer op het wad. Prima spul voor de afterparty dus. Bij het naastgelegen café Nobel gelijk maar even geluncht met vooraf een Butenbiëntke, een Amelander tarwebiertje. Dit bier wordt op de boerderij van Doeke Visser gebrouwen en alleen op Ameland verkocht. Troebel in je glas, heerlijk fris en lekker bitter en moutig in je mond. Naast mijn tarwebiertje brouwt de Amelander Bierbrouwerij nog vier andere bieren. Vast en zeker ook de moeite waard. De lunch, ook niet mis, bestond uit een Fougasse gevuld met roquefort, walnoten en oude schapenkaas. Van Texel, niet van Ameland, en dat terwijl er volop schapen rond hobbelen op Ameland. Er zal toch wel iemand op het idee zijn gekomen om daar Amelander schapenkaas van te maken? Ik ben het niet tegengekomen.

Mosterd maken, dat doen ze in ieder geval wel op Ameland. Met een mosterdmolen. Kijk aan, mijn molenaarshart maakte een sprongetje! Net als de rest van de bezoekers ging ook ik met een potje mosterd de deur uit. De molen – De Verwachting, herbouwd in 1988 – maalt overigens ook meel. De dag er op nog even teruggereden voor een zak pannenkoekenmeel. Ik kan dan wel geen brood bakken, pannenkoeken des te beter. Ook gelijk een potje vuurdoornjam en cranberryjam meegenomen. De mosterd wordt op Ameland verbouwd. Zo van het land, hup de molen in. Mooi. En de vuurdoorns uit het duin verdwijnen gelukkig ook in een potje. Vroeg het me al af op de fiets. Benieuwd hoe het smaakt, ik heb ze nog niet geprobeerd.

Op zaterdagmiddag heb ik Jan Wolkers’ Groeten van Rottummerplaat gelezen. Ik vond hem in het hotel en leek me toepasselijke waddenlectuur. Nog niet eerder gelezen. Moet zeggen, hij at best lekker daar: vers gevangen garnalen in zeesla. Zet mij ook maar op een onbewoond eiland! ‘s Avonds gegeten bij Het Witte Paard, volgens velen hét restaurant van Ameland. Vooral mijn voorgerecht is het noemen waard: gerookte makreel op bedje van Amelander aardappeltjes en zeesla (hé!), met kwarteleitje en dressing met vanille. Verrukkelijk! Het maakte de rest van het menu goed, want dat viel eerlijk gezegd wat tegen, hoewel, de rabarber die we als side dish kregen is ook het vermelden waard, volgens mij met wat frambozen en cranberry’s er doorheen. Als dessert (uiteraard) kaas. Uit de Jura, met een mooie, frisse moelleux wijn er bij. Ik kon die wijn niet plaatsen, en de serveerster kon het mij niet vertellen. Vast een obscure Jura druif. Ik had de fles moeten vragen…

Een volgende keer wil ik dichter op het eten van Ameland zitten. Liefst met een vissersboot mee, bij de Hereford koeien kijken, zelf mosterd malen of bij brouwer Visser de schuur induiken. Gelukkig komen er nog veel volgende keren. En nog een keer. En nog een keer… Ameland, love it!

Molens, meel en meer van dat soort moois

OK. Dit wordt een beetje een Jambers opening…. (lezen met dat Jambers accent)….

“Door de week is frank kantoorklerk. Maar in het weekend is hij molenaar. Frank houdt van meel, van brood, van buiten zijn en doet niets liever dan de molenwieken losgooien en malen….”

Frank, molenaar? Alweer? Nog steeds? Alee, here’s the story….

Ja mensen, oude liefde roest niet. Ik ga mijn molenhobby weer oppakken en mijn cursus tot molenaar afronden. Vier jaar geleden zijn Martine en ik naar Drenthe verhuisd. Ik volgde destijds een cursus tot molenaar op deze prachtige wipmolen. Niet vreemd, want mijn vader is molenaar, twee ooms zijn molenaar, en shit wat is dat molenaarsvirus besmettelijk….  ik wilde ook molenaar worden! Op zo’n beest van een poldermolen natuurlijk. Dus, iedere zaterdag 20 kilometer fietsen door de polder, met het bootje over, opwarmen met koffie en koek van Alien en vervolgens met molenaar Wim en de andere molenaars in opleiding dat ding opzeilen en malen. Prachtig vond ik dat! Liefst met windkracht vijf, zes en een flinke pruik water op het scheprad. Als jongen van de polder, van rivieren en slootjes en van rietkragen, eenden en reigers leek een molenaarsbestaan mij op het lijf geschreven, maar het liep allemaal even anders…

Martine en ik besloten naar Drenthe te verhuizen. Weg met de drukke Randstad, klaar met het flatje op zes hoog. We wilden rust, ruimte, een moestuin en kippen. Ik heb mijn molenaarsdroom laten varen, want Drenthe heeft veel, behalve sloten en polders, laat staan een poldermolen. Ik voelde me – zeker de eerste jaren – een beetje als een vis op het droge. Prima naar mijn zin hier, maar ik miste het water. Ook nu nog wel eens. Ik heb moeten wennen aan dat landschap zonder water. Ja, ze hebben hier wel molens, maar dat zijn korenmolens. Drenthe telt slechts één poldermolen. En korenmolens zijn voor ‘meelmuizen’, voor molenaars die dagenlang op een donkere maalzolder in het stof bijten, aldus de poldermolenaars. Dat idee leek mij niet aantrekkelijk. Alhoewel…

De laatste tijd ben ik als kantoorklerk druk in de weer voor 101 klanten en projecten. Niks rust in Drenthe: sinds ik freelancer ben heb ik het nog nooit zo druk gehad! Maar dit is geen klaagzang, sterker nog, het is juist hartstikke mooi dat het zo goed gaat! En, het is hier altijd heerlijk thuiskomen. Al moet ik het hele land doorkruisen, niks zo lekker als in het muisstille Benneveld slapen.

Wij wonen hier tussen twee natuurgebieden in: De Stroeten en De Klencke. Dat eerste gebied is een lager gelegen gedeelte, vrij vochtig, waar wilde orchideeën groeien en Schotse hooglanders grazen. Het tweede gebied, De Klencke, is een voormalig landgoed, compleet met havezate en biologische boerenbedrijven. Het is daar droger en het bestaat uit bos en heide, maar ook uit cultuurlandschap met akker- en veeteelt.

Benneveld ligt vanaf de bewoonde wereld achter De Klencke en je bereikt ons esdorp via de Klenckerweg, een weg met aan weerszijden kapitale beuken met daarachter de akkers en koeien van de bioboer. Ieder jaar vind daar een prachtig schouwspel plaats: de graanvelden kleuren blauw van de korenbloemen. Er hangt dan een wonderlijke blauwe wolk over de velden met hier en daar een stipje rood van een verdwaalde klaproos. En óf ik dan verliefd ben op ‘mijn’ Drenthe! Dat schouwspel kan geen polder mij brengen! (De foto bovenaan mijn blog is gemaakt in dat veld.) “Ieder landschap heeft zijn bekoring”, zei mijn buurman altijd. Helemaal mee eens. Het is een landschap om op te eten! Het wuivende graan, de Blonde D’Aquitaine koeien, de honing van de imker. Dit landschap vraagt om een molenaar… Een molenaar die van dat prachtige graan het mooiste meel maalt, zodat daar de lekkerste broden van gebakken kunnen worden. En die molenaar, dat word ik!

Volg mijn reis langs korenvelden, molens en veel meer lekkers via deze blog. Ik ga op zoek naar de mooiste streekproducten, bevlogen boeren en het beste brood. Als dat moois verschijnt hier online. Enjoy! En als je tips hebt, let me know! Eerste stap: op zoek naar een lesmolen en opnieuw inschrijven als molenaar in opleiding.

Smakelijke groet,

Frank Rozendaal
Wannabe molenaar

P.S. Wijnliefhebbers, weest niet bevreesd. Ik zal natuurlijk ook over wijn blijven schrijven! Wijn en brood gaat prima samen. Sterker nog, hieronder vind je de wijnblogs die eerder verschenen op BiologischeWijnblog.com. Die blog is vanaf nu niet meer online. Dag wijnblog, hallo foodblog!

Eindelijk: biowijn mag vanaf 2012 gewoon biowijn heten

(Dit bericht verscheen eerder op BiologischeWijnblog.com, de voorganger van Frank’s Food Blog.)

Ze zijn er uit bij de EU: biologische wijnmakers mogen nu ook “biologische wijn” op hun flessen zetten. Klinkt logisch, maar dat mocht tot voor kort niet. Kijk voor grap maar eens op een fles biowijn, daar staat steevast “wijn gemaakt van biologische druiven” op. Het telen van druiven viel onder bio-regelgeving, het maken van wijn niet. Rare situatie natuurlijk, maar een speciaal comité voor biologische landbouw is het na jaren steggelen eens geworden over regels voor de productie van biologische wijn. Mooi, wel zo duidelijk!

Na de wijngaard, nu ook de wijnkelder gecertificeerd
Het vinificatieproces wordt nu dus ook gecertificeerd. De nieuwe wetgeving verbiedt ten eerste het gebruik van sorbinezuur in biologische wijn. Sorbinezuur is een van nature voorkomend conserveermiddel, zit bijvoorbeeld in lijsterbessen, maar het wordt op chemische basis (E-200) ook gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie. Sorbine werkt tegen schimmels en gisten. Vanaf de oogst van 2012 zul je dit goedje niet meer onder je kurk terug vinden.

Minder sulfiet toegestaan
Ook het gebruik van sulfiet (zwavel) moet worden beperkt. Sulfiet komt van nature voor in wijn en helpt de wijn te conserveren, maar het mag wettelijk gezien ook worden toegevoegd om de wijn nog beter houdbaar te maken. In gangbare wijn mag maximaal 160 mg/l bij rode wijn en 210 mg/l bij witte wijn worden toegevoegd. De nieuwe regels stellen nu dat het sulfietgehalte in biologische wijn minstens 30 tot 50 milligram per liter lager moet zijn dan in de conventionele tegenhangers. Sommige van onze wijnmakers gaan echter beduidend verder: zo wordt aan de wijnen Riberach geen sulfiet toegevoegd en ook de Stellar No Sulpher Added bevat geen toegevoegd sulfiet.

De nieuwe regels zullen binnenkort in het officieel publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd worden en zullen al vanaf de oogst van 2012 van kracht zijn. Biologische wijnboeren mogen vanaf dat moment de term “biologische wijn” op het etiket zetten.